Onverwachte verwarring

En toen was daar het bericht dat het niet goed ging met oma. Niet perse een hele grote verrassing. Een maand of twee geleden was ik daar ook, onder het mom: “Als je haar nog wilt zien zou ik niet te lang meer wachten.” Toen was ze eigenlijk alweer teruggekrabbeld, maar we hadden een goed moment samen, met een goed gesprek. Bij het afscheid zei ze ‘dit pakken ze me niet meer af’. Waarop ik reageerde met ‘dit pakken ze óns niet meer af’.
Dat klinkt misschien raar of cheesy, maar we zagen elkaar al jaren niet meer veel. Dat is een complex verhaal, maar in een notendop moet je dan denken aan de woorden ‘vroeger’, ‘familie’, ‘zwart schaap’ en ‘beperkte energie’. Anyway, ik was blij dat ik geweest was en voelde met name ‘áls ze er tussenuit piept, het is goed zo’.
Het had me echter ook niet verbaasd als ze er nog een jaartje uit zou persen, zoals zij dat kon. En al een paar jaar deed. Oma was een taaie.

‘wist je wat het allerergste was? dat je geen afscheid kon nemen, want niemand kende ons daar.’

Begin deze week kwam het berichtje: “Het gaat niet goed met oma en ze wil wel graag nog een paar mensen zien.” Tijdens het gesprek aan de telefoon over het hoe en wat merkte ik nog steeds een volledig ‘Het is goed zo’. Het was afgerond. Klaar.
Eenmaal opgehangen echter begonnen zich dingen te roeren. Een vriendin zei in een gesprek daarna ‘ik meen in je stem te horen dat het je raakt’. Dat had ik zelf ook gehoord. Mijn stem deed iets anders dan ik voelde, maar ik kon het niet plaatsen.
Dus ik zei haar ‘ja, dat hoor ik zelf ook, maar ik heb geen idee waar dat vandaan komt, want het is echt goed….’ En toen brak de dam en wisselde de boel.

Het verdriet bleek met name te gaan om goede herinneringen, met daaraan gekoppeld oud zeer. Oma was een toevluchtsoord geweest vroeger. Een veilige plek en een plek waar je even aandacht kreeg. Het idee dat ze ‘de laatste veilige plek zouden kwijtraken’ was onverteerbaar. Voor mijzelf een vreemd gegeven; die plek was er toch al jaren niet meer? Maar goed, ik had het ermee te doen.
Nadat dat verdriet enigszins was weggeëbd, hoorde de vriendin het ultieme pijnpunt: ‘wist je wat het allerergste was? dat je geen afscheid kon nemen. ja die groten konden dat wel, maar wij niet, want niemand kende ons daar.’ En toen volgde opnieuw een vloedgolf aan tranen.
Deze begreep ik beter. Sterker nog, het deed mij zelfs wat oneerlijk aan. Ik kon afscheid nemen van oma, terwijl ik niet perse veel met haar had. Het contact van vroeger was mij vreemd. We konden het prima met elkaar vinden, maar echt een binding voelde ik niet. En dan was daar zo’n kleine, die overduidelijk wel die binding had en die kon dan niet echt afscheid nemen.

Een laatste keer hand in hand

De vriendin probeerde naar oplossingen te zoeken, maar dat maakte het in eerste instantie alleen maar pijnlijker. Alle mogelijke oplossingen lagen namelijk in de lijn van ‘via via’. Dat één van de groten iets zou vertellen over dat van vroeger en hoe goed en belangrijk dat was geweest. En dat de kleintjes van binnen dan zouden meeluisteren. Echter dat werd door hen als ‘niet echt’ ervaren. – Als ware je vraagt de buurvrouw om voor jou afscheid te nemen van iemand die je dierbaar is. – En daarmee rakelde het alleen maar de pijn op van het feit dat ze dat niet konden doen.
Het erkennen van van die situatie en daarmee de pijn, bleek uiteindelijk de beste zet. Even stilstaan bij. Het was gewoon ronduit naar. Punt.

De volgende dag reed ik voor de laatste keer naar oma. Ik had bedacht toch dat via via-stuk maar in te zetten. De kleintjes konden zich daar weliswaar niet mee verbinden, maar het was het beste wat ik kon bedenken en volgens mij kon het geen kwaad. Als ik het niet zou doen, zouden de kleintjes achteraf misschien spijt kunnen krijgen, als deze pijn voor hun weggeëbd was. En daar zouden we dan niets meer aan kunnen veranderen.
Ergens halverwege – het was een lange rit – hoorde ik een zacht ‘dag oma’ in m’n hoofd.
Het waren woorden die alles zeiden.
Het bleef even sudderen, maar toen ontstond er een ideetje. Het waren maar twee woorden. Het zou zo kort zijn dat mensen die er eventueel bij zouden zijn makkelijk konden denken dat ze het verkeerd gehoord hadden. Bovendien verandert de klankkleur van de stem bij veel mensen als ze emotioneel zijn. Dus we zouden de gok kunnen wagen. Van binnen vonden ze het idee in eerste instantie veel te spannend. Er volgden allerlei mitsen en maren. Het was echter ook duidelijk dat ze heel graag zouden willen. Ik gaf aan: ‘Jullie moeten niets, jullie mogen zelf kiezen. En we zijn er nog niet, dus jullie hebben nog even de tijd om er over na te denken.’

‘Jullie moeten niets, jullie mogen zelf kiezen.’

Ik was alleen met oma, dat was fijn. Er was alle ruimte om van beide kanten open en eerlijk te praten.
We bleken de afgelopen nacht aan dezelfde dingen teruggedacht te hebben van vroeger, en dat voelde voor ons beide bijzonder.
Het gaf mij ook de mogelijkheid om haar te bedanken. ‘Ik weet dat je dit al weet oma, maar ik wil het nu toch nog een keer zeggen; dankjewel voor je veilige haven vroeger. Die was heel erg nodig.’ Waarop haar antwoord was ‘Dat heb ik je heel graag gegeven. Ik ben blij dat ik dat toen goed aangevoeld heb.’
We zaten hand in hand en spraken over van alles en nog wat. Je noemde een van je lievelingsnummers ‘We’ll meet again’ van Vera Lynn en ik zette hem voor je op. Je genoot. En ik daarmee van jou.
Ik maakte een foto van onze handen en liet hem je zien. ‘Onze laatste foto samen’. Je glimlachte.
De ‘dag oma’ was steeds dichtbij, maar er was die grote drempel. We kregen hem niet geslecht.

‘Dag oma’

Je kreeg morfine en er zou wat later een katheter ingebracht worden.
We hadden eigenlijk alles gezegd, dus ik sprak af dat ik nog even echt afscheid zou komen nemen vlak voor ik weer naar huis zou rijden.
Toen ik later die middag weer langskwam was je diep onder zeil. Op mijn ‘hoi oma’ reageerde je niet. Op mijn voorzichtige hand op je schouder ook niet. Een beetje wrijven dan? Niets. Nogmaals met woorden: ‘Zo oma, jij bent ver weg…’ Oma bleef ver weg. Ik wist niet goed wat ik moest doen, ik ben iemand die zich aan afspraken houdt, maar ik wilde oma ook niet bruut wakker maken. De andere kant was dat het ook naar zou zijn als oma straks wakker zou worden en erachter kwam dat ze ‘het echte afscheid’ gemist had. Ik besloot een kus op haar voorhoofd te geven en dan met de kinderen even te overleggen wat ik het beste kon doen.

En toen was daar het moment en de ingeving. Oma sliep en er was niemand anders bij.
We bogen naar haar voorhoofd en nadat alle moed verzameld was klonk er een zacht ‘dag oma’. We waren er een beetje beduusd van, maar veel tijd om daarbij stil te staan hadden we niet. Want met de kus die volgde op haar voorhoofd, werd oma wakker.
Het duurde even voor ze zich wist te oriënteren, maar ze herpakte zichzelf snel en zei met een glimlach ‘Jij gaat naar huis? Goede reis.’
‘Dankjewel oma, jij ook, lekker slapen. We’ll meet again.’

En je glimlachte weer.







Please follow and like us:

2 comments / Add your comment below

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *