Vraag je je af wat je precies ziet hieronder? Hoe je wijs moet worden uit de verschillende afbeeldingen? En wat dat dat precies betekent?
Welkom in mijn wereld 😉

Geluk Stuk, Stuk Geluk
Sinds ik weet wat er met me aan de hand is, is dit precies hoe het voor mij is.
Verwarring, zoeken, duiden. Verwarring, zoeken, duiden. Verwarring….
Jaren kon ik er geen uiting aan geven. Het was één grote warboel en de woorden waren zoek. Alle woorden of beelden die er wel waren werden niet gedeeld, omdat de samenhang ontbrak, de finetuning miste of omdat ik ze te expliciet vond. En dat leverde grote angsten op. Immers; controle is nogal een ding en ‘het systeem’ is gecreëerd om vooral niets te laten merken. Om voor ‘normaal’ door te kunnen gaan.
“Jezelf verloochenen is minstens net zo pijnlijk.”
Daar komt bij dat er ook in de ‘DIS-gemeenschap’, om het zo maar even te noemen, argwaan heerste als je teveel over jezelf vertelde. Zowel onder mensen met DIS zelf, als onder therapeuten. Het oordeel dat je ‘fake’ zou zijn was snel gemaakt, zag ik om me heen. Het leverde extra angst op, want wat is ‘teveel’? Wanneer is het teveel? Wanneer word ik, en wat er in mij leeft, weer ontkend?
Al met al werkte dit nogal stagnerend. Ik moest mezelf beschermen tegen de mogelijke ontkenning vanuit de buitenwereld, omdat dit de traumatische ervaringen uit het verleden zou vergroten. Tegelijkertijd betekende dit dat ik mezelf moest blijven ontkennen, om niet in een te groot conflict tussen binnen- en buitenwereld te komen. Om het enigszins draaglijk te houden.
Enigszins, want dat hiaat tussen binnen en buiten, dat blijft. En jezelf verloochenen, ben ik achter gekomen, is minstens net zo pijnlijk.
Nadat ik de vraag had gekregen of ik mee wilde doen aan een expositie over DIS was het alsof er opeens een luik in mijn hoofd open ging. Alsof het bij wijze de toestemming was die nodig was geweest. ‘Toe maar, vertel maar. Laat maar zien hoe het is.’
Wat volgde was opnieuw de angst. ‘Durf ik dit?’ ‘Zo open?’ De buitenwereld, met z’n oordelen, is nog niet zo gek veel veranderd. Het kostte heel wat zenuwen. En nog steeds.
Maar de support van de groep deed me steeds weer stappen zetten. En ik ben eigenlijk wel klaar met dit veel-te-krappe-oordelen-hokje. Dus er volgde een; ‘Ik weet nog niet hoe, maar ik ga dit doen.’
Met die ‘toestemming van mezelf’ volgde er een vloedgolf aan werken. Alsof er een stop uit me was getrokken. Het was echter dan ik ooit gemaakt had. Naakter. Dichter bij mij. En daarmee doodeng. Maar tegelijkertijd kwam ik, in mij, wat dichterbij mezelf. En dat gaf me de bevestiging dat ik op de goede weg was.
‘Ik weet nog niet hoe, maar ik ga dit doen.’
Momenteel gebruik ik in mijn werk verschillende afbeeldingen door elkaar. Foto’s en tekeningen, al dan niet op zichzelf bewerkt. Die worden vervolgens samengevoegd in 1 afbeelding, opnieuw bewerkt en eventueel voorzien van tekst.
Dit mengelmoesje werkt voor mij twee kanten op; de op zichzelf staande afbeeldingen worden zo onduidelijk, dat het me genoeg veiligheid geeft om ze te kunnen delen. En, de uiteindelijke uitkomst blijkt aan de andere kant perfect weer te geven hoe verwarrend, onduidelijk, complex en veelzijdig het leven met DIS (voor mij) is.





Wat fijn dat jij dit zo helder uitlegt in begrijpelijke taal. Dank hierdoor voor ons allemaal.
Dankjewel!